Waarom doen aan duurzaamheid?

Artikel in Woord & Dienst 64-10, oktober 2015 Duurzaamheid

 

Binnen de kerken is meer en meer aandacht voor duurzaamheid. Net als in de bredere samenleving zien we dat de motivatie van mensen om zich in te zetten voor behoud van de schepping verschilt. Wat zijn de meest voorkomende christelijke motieven voor duurzaamheid?

Martine Vonk

Rentmeesterschap
Binnen de Nederlandse christelijke traditie is lange tijd het begrip ‘rentmeesterschap’ gebruikt voor een zorgvuldige omgang met de aarde. Een rentmeester voert in opdracht van de eigenaar een verantwoord beheer over diens goederen.
Rentmeesterschap wordt meestal in verband gebracht met het aanstellen van de mens als ‘heerser’ over de aarde in Genesis 1:28 en de opdracht de tuin te beheren uit Genesis 2. Dit wordt wel de ‘cultuuropdracht’ genoemd. In deze passages wordt het begrip rentmeesterschap echter niet gebruikt. Pas in het Nieuwe Testament komt het woord oikonomos voor, dat met rentmeesterschap wordt vertaald. Bij die gelegenheid worden mensen aangespoord om goede rentmeesters te zijn over het hele huis (oikos). Het gebruik van deze term in het kader van duurzaamheid roept echter ook vragen op. Is de nadruk niet te veel gaan liggen op het behalen van winst, waarbij de waarde van de natuur zelf uit het oog is verloren?

Rentmeesterschap heeft vooral waarde als grondhouding, in de zin van besef dat we te maken hebben met het eigendom van Iemand anders. De aarde is van God – zoals bezongen in Psalm 24:1 – wat mensen motiveert er zorgvuldig mee om te gaan. Deze oikos, het huis, is langzaamaan ook groter geworden. Het gaat niet alleen meer om een zorgvuldige omgang met onze lokale omgeving, maar door onze leefstijl zijn we verbonden met mensen en natuur wereldwijd. De onlangs verschenen Encycliek van Paus Franciscus verwees in de aanhef eveneens naar de aarde als ons wereldwijde, gemeenschappelijke huis en de noodzaak om hier samen voor te zorgen.

Natuur zelf is waardevol
Zorg voor de schepping gebeurt niet alleen vanuit de cultuuropdracht. Er wordt ook op gewezen dat de natuur waarde heeft, los van het nut voor de mens. Deze waarde ligt in schoonheid, de natuur die heenwijst naar God en die deel heeft in de aanbidding van God.

Als rentmeester staat de mens meer bóven de natuur dan dat hij er onderdeel van is

 

Romeinen 1:20 benadrukt dat in de schepping Gods wezen te herkennen is; in de orde, de complexiteit, de schoonheid, evenals in de onderlinge afhankelijkheid binnen de natuur, zoals zichtbaar in de ecosystemen. De aarde is goed gemaakt. In het Hebreeuws: tov. Het boek Psalmen is vol ontzag voor God als Schepper en vol verwondering over het geschapene. Zie bijvoorbeeld Psalm 8 en 104. In deze liederen spelen ook de schepselen zelf een rol in het eren van God, bijvoorbeeld in Psalm 96 en 97. Het besef van de grootsheid van de natuur, en ook de intrinsieke waarde ervan, is een drijfveer om de natuur te behouden.

In tegenstelling tot het rentmeesterschap, waarbij de mens boven de natuur staat, wordt bij deze motivatie de mens nadrukkelijk als onderdeel van de schepping gezien. Daarbij spelen waarden als verwondering, respect en zorgvuldigheid een rol. Verwondering omdat de natuur de creativiteit van de Schepper laat zien. Dat vraagt dat we ook oog en oor hebben voor de natuur. Pas als je iets kent, zul je het waarderen en willen behouden. Om deze reden, maar ook om ervan te genieten, organiseert de christelijke natuurorganisatie A Rocha regelmatig excursies in Nederlandse natuurgebieden. Respect doelt op ontzag hebben voor God, je plaats kennen als mens en rechtdoen aan de eigenheid van mensen, flora en fauna. Zorgvuldigheid betekent tijd en aandacht geven aan wat kwetsbaar is. In de nieuwe tendens om weer te gaan moestuinieren zien we deze waarden terugkomen, waarbij het voor veel nieuwe tuinierders meer gaat om (hun kinderen) te leren over natuurlijke processen dan om een grote opbrengst.

Rechtvaardigheid
De term rentmeesterschap wordt door de jongere generatie minder gebruikt. Zij haken meer aan op het begrip rechtvaardigheid. Ik vermoed dat dat komt omdat mensen tegenwoordig minder direct met natuur en natuurbeheer te maken hebben en dat duurzaamheid meer haakt aan leefstijl en koopgedrag. Mensen worden zich steeds meer bewust van de productieprocessen die voorafgaan aan de producten die ze kopen. Daarbij nemen de keuzemogelijkheden voor ‘groen’ en ‘eerlijk’ toe. In de samenleving, en ook in de kerken, zien we dat mensen daarbij eerder gemotiveerd zijn om meer te betalen voor eerlijke prijzen en goede arbeidsomstandigheden – faire producten – dan voor biologische producten. Het opkomen voor het kind dat onze schoenen in elkaar naait zet mensen eerder in beweging dan een meer abstract thema als het smelten van de ijskappen.

Het kind dat onze schoenen in elkaar zet motiveert meer dan de smeltende ijskap

 

Rechtvaardigheid is een veel voorkomend bijbels principe, waarbij het onder andere gaat over eerlijke handel en het betalen van eerlijke prijzen. Zie bijvoorbeeld Micha 6. Ieder dient te ontvangen wat hem of haar toekomt, met specifieke aandacht voor de vreemdeling, de weduwe en de wees – mensen die niemand hadden om te pleiten voor hun recht. De gemeenschap behoorde voor hen te zorgen en hen niet aan hun lot over te laten. De profeten in het Oude Testament pleitten voortdurend voor het opkomen voor de rechtelozen: brood delen met hongerigen, onderdak bieden aan mensen zonder huis en verdrukten bevrijden. Zie bijvoorbeeld Jesaja 58. Jezus wees zijn volgelingen op deze opdrachten en leerde hun dit te doen vanuit liefde.

De realiteit is dat wij behoren tot de rijkste 20% van de wereldbewoners, die zich meer dan 80% van alle consumptie toe-eigent. Het onrecht dat daarmee gepaard gaat, is niet te rechtvaardigen vanuit het evangelie. Dit is een belangrijke motivatie voor christenen om te kiezen voor duurzame producten, waarbij zoals gezegd met name het sociale aspect een rol speelt. Het besef dat klimaatverandering als eerste onze arme medemens raakt die ofwel te kampen krijgen met overstromingen dan wel met extreme droogteperioden, motiveert mensen om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Ook dit aspect, de verbondenheid van ecologie en armoede, kreeg volop aandacht in de pauselijke encycliek.

Koninkrijk van God
In de motivatie onder christenen om zich in te zetten voor duurzaamheid zie ik nog een verschuiving, namelijk die van goed doen vanuit richtlijnen naar goed doen vanuit het liefhebben van God en de naaste (mens en natuur).
Deze verschuiving valt in een bredere tendens die de nadruk legt op het Koninkrijk van God. Hoop, liefde en getuigen zijn daarin kernbegrippen. In een wereld waarin we te maken hebben met klimaatverandering, almaar groeiende consumptie en uitputting van de bodem, kun je neerslachtig worden omdat de mens zo hardleers lijkt te zijn. Christenen zetten daar de hoop tegenover van een God die de aarde – dus niet alleen de mens – zal herstellen en mensen van binnenuit kan veranderen.

Het besef zout en licht te zijn, maakt dat werken aan duurzaamheid vol te houden is

 

Interessant daarbij is wat in de Bijbel geschreven wordt over de toekomst, over de komst van een nieuwe aarde. In de Bijbel worden twee begrippen gebruikt voor ‘nieuw’, namelijk neos (vervangen) en kainos (vernieuwen). Als de Bijbel spreekt over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (2 Petrus 3:13), wordt het woord kainos gebruikt. Dat betekent dat er niet een totaal nieuwe aarde komt, maar dat de aarde vernieuwd zal worden. De aarde wordt gelouterd, en wat goed is blijft. Dat geeft perspectief en zin aan alles wat we hier op aarde doen en kan een extra motivatie zijn om te streven naar behoud van natuur op de korte en de lange termijn.

Deze hoop op herstel en het zichtbaar worden van het Koninkrijk van God wordt vaak vertaald in kleine handelingen die niet de grote problemen veranderen, maar wel in het kleine getuigen van Gods koninkrijk. Wanneer dat gebeurt vanuit de wil om lief te hebben, gaat dat vaak verder dan wat de regels vragen. Jezus hield dat al voor aan zijn volgelingen toen Hij hen leerde om wanneer iemand hun dwong een mijl met hen mee te gaan, een tweede mijl mee te lopen (Matteüs 5:41). Dit zien we nu vertaald in mensen die hun huizen openzetten voor anderen, hun voedsel delen, initiatieven opzetten voor autodelen, kledingruilacties organiseren en het park herstellen. Meer en meer wordt dit ook gezien als navolging van Christus, omdat het getuigt van het liefhebben van onze medemens en de aarde.

Daarnaast groeit het besef dat het werken aan Gods Koninkrijk niet een opdracht is die door individuen gerealiseerd kan worden, maar gericht is op de gemeenschap. Waar het individuele denken geworteld is in de Griekse cultuur, denkt de Bijbel vanuit de gemeenschap. Die gemeenschappen krijgen op verschillende manieren vorm. We zien weer een stijging in het aantal leefgemeenschappen, waarbij mensen ruimtes en spullen delen. Activiteiten op wijkniveau nemen toe en via internet worden ook (digitale) gemeenschappen wereldwijd onderhouden. Vanuit dat besef dat we allemaal, door onze leefstijl, zout en licht zijn in het Koninkrijk van God, kunnen we werken aan duurzaamheid en dit ook volhouden.

 

Dr. Martine Vonk is lector Ethiek en Technologie bij Saxion in Deventer/Enschede. In lezingen en workshops houdt ze zich o.a. bezig met de reflectie op technologische innovatie en duurzaamheid: www.martinevonk.nl.

Op 24 oktober 2015 levert Martine Vonk een bijdrage aan het programma van de Landelijke Manifestatie Klimaatloop in Utrecht.