Reis door de nacht

 

Artikel in Woord & Dienst 64-6/7, juni/juli 2015 – De reis van je leven

Handelingen 27 is het schriftgedeelte waarop het spel in het midden van het zomernummer van Woord & Dienst juni/juli 2015 is gebaseerd. Het is het voorlaatste hoofdstuk van het boek Handelingen.

Aarnoud van der Deijl

Paulus is op reis naar de keizer in Rome bij wie hij in hoger beroep is gegaan. Maar dan komt het schip in zwaar weer terecht. Het verhaal roept beelden op die akelig sterk doen denken aan die van de wrakke bootjes die op dit moment de Middellandse Zee oversteken. Paulus lijdt uiteindelijk ook schipbreuk en wel voor de kust van Malta. Maar alle 276 opvarenden worden gered, nadat Paulus voor hen onder dankzegging – eucharistesen – het brood heeft gebroken.

Paasverhaal
De evangelist Lucas schrijft zijn tweeluik Lucas-Handelingen zowel in de vorm van een cirkel als in de vorm van twee parallelle lijnen. De cirkel begint in Lucas 2 bij een keizer Augustus die mensen per decreet op reis stuurt door de nacht – een nacht waarin er plotseling een groot licht is; een redder wordt geboren die de mensheid zal voeden en daarom in een voederbak wordt gelegd. De cirkel is rond wanneer opnieuw iemand door de nacht op reis is – maar nu juist met het doel de keizer te ontmoeten met een boodschap over redding – en hij onderweg de Maaltijd viert met zijn reisgenoten. Het verhaal van de Romein Lucas begint dus in Rome en eindigt er ook.
Er is ook een parallelle lijn waarin Lucas duidelijk lijkt te willen maken dat de apostelen hetzelfde meemaken als Jezus. Ook de leerlingen verkondigen de goede boodschap, genezen mensen, worden gevangen genomen. Vooral Paulus lijkt voorbestemd te zijn om dezelfde weg te gaan als Jezus. In het visioen aan Ananias zegt Jezus over Paulus: ‘Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam’ (Hand. 9:16). Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat Lucas het verhaal van de reis van Paulus vertelt alsof het een Paasverhaal is.

Peilen
Een eerste signaal dat we dit verhaal als Paasverhaal moeten lezen, is de aanduiding dat de schipbreuk plaatsvindt in de veertiende nacht. Dat is geen willekeurige tijdsaanduiding. Het Joodse Pesach vindt plaats op de veertiende en vijf­tiende dag van de maand Nissan. Het was daar aan boord, kortom, de nacht ‘die anders is dan alle andere nachten’. De nacht waarin Joden vieren dat ze bevrijd zijn uit Egypte en door het water van de Rode Zee gingen. Ze doen dat door met elkaar matzes te eten en wijn te drinken.

Redding voor ieder die buiten de boot dreigt te vallen

 

Het is middernacht. Het is diep donker. En opeens zie je in die scène van etende mensen op dat schip niet alleen een joodse seidermaaltijd, maar ook een christelijke paaswake. ‘Wachter, hoever is de nacht?’ Hoelang duurt het nog voordat het licht is? In zo’n nacht peil je de diepte van je eigen leven. Je werpt het dieplood uit en peilt je eigen verdriet, je peilt het verdriet van de mensen om je heen, je peilt de wanhoop van de wereld, je peilt de diepte waarin een mens soms dreigt te worden meegezogen. Dan peil je hoe ver je van het land af bent. Is er licht aan de horizon, is er al land in zicht?

Ambitie
Maar gelukkig zijn zij niet alleen. Paulus zit op het schip zoals ook Jezus ooit op een schip dat in de storm verzeild was geraakt, aanwezig was. De parallellen met evangelieverhalen buitelen hier over elkaar heen.
En dan wordt er nog iets duidelijk: als het op redding aankomt, gaat het om de hele bewoonde wereld, de hele oecumene. Dat zegt Paulus ook letterlijk op het moment dat de bemanning het schip wil verlaten in reddingssloepen: ‘Als zij niet aan boord blijven, kunnen jullie niet gered worden.’ Het gaat er niet om dat een handjevol mensen het eigen hachje redt. De ambitie van Gods koninkrijk is groter dan het uitwerpen van een paar reddingssloepen voor enkele gelukkigen. Het gaat om de hele wereld, het hele schip. Het is één wereld of geen wereld. De redding die Paulus te verkondigen heeft, heeft de gehele wereld op het oog; niet slechts een kerk of een ‘fort Europa’. Het gaat om recht en vrede voor de gehele aarde. Zongen de engelen dat niet al in die eerste nacht waarin de redder werd geboren? Het is bestemd voor iedereen die letterlijk of figuurlijk ‘buiten de boot’ dreigt te vallen.

Brood
En wat heb je dan nodig voor je redding? Nu, dat maakt het verhaal ook duidelijk: brood. ‘Jullie zitten nu al veertien dagen in spanning zonder te eten.’ Moeten wij dat letterlijk nemen? Of is het weer een signaal van: let op, dit is een Paasver­haal? ‘Maar nu moet je eten’, zegt Paulus. ‘Het is voor je eigen redding.’
Dat woord ‘redding’ dat hier valt, klinkt driemaal in de tekst en draagt meer betekenissen in zich dan de louter fysieke redding. Het verwijst naar die redder uit de kerstnacht. ‘Dit brood heb je nodig voor je heil, voor je redding.’ En daarom gaat Paulus daar op die boot voor in de eucharistie. ‘Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood, dankte God in aanwezigheid van allen, brak het brood en begon te eten. Dat gaf de anderen moed, zodat ook zij gingen eten.’ Als dat geen open avondmaal is, overigens! Het deed er voor Paulus kennelijk niet toe of zijn medereiziger christen was of niet. Iedereen was welkom aan tafel.

Parallellen
Of was het nou toch de seidermaaltijd? Want zodra ze hebben gegeten, wordt het licht en komt er land in zicht. De reizigers maken aanstalten om een pad door de zee heen te banen, maar dan komen de soldaten achter hen aan om hen te doden. Alsof ze klem zitten tussen het water van de Rode Zee en de soldaten van Egypte. Voor de goede verstaander is het duide­lijk: hier herhaalt zich het uittochtverhaal. Gelukkig is er net als op Goede Vrijdag een centurio die het goede voorheeft, in dit geval met Paulus. Hij steekt een stokje voor de wrede plannen van de soldaten.
En zo komen Paulus en zijn medereizigers uiteindelijk aan land. Precies zoals het land in Genesis 1 uit de oervloed opdoemde, zoals Noach uit de ark aan land kwam, zoals het volk Israël door de Rode Zee ontkwam en zoals Jezus weer boven kwam uit de macht van de dood. Kortom: al die verhalen die nog altijd in de liturgie van de Paasnacht klinken.

Wat Paulus meemaakte, kan ook ons overkomen

 

Wat Jezus in het evangelie meemaakte en Paulus in Handelingen, dat kan ons ook overkomen. Dat is de belofte van dit verhaal. Een mens moet soms veel doormaken, moet soms net als deze schepelingen veel ballast loslaten, zal ooit zelf ook het eigen schip moeten verlaten, maar zal uiteindelijk door de nacht heen het licht zien. En aan land komen.

Dr. Aarnoud van der Deijl is predikant te Hoofddorp en redactielid van W&D. 

 

W&D-Paulusspel