Op pad gaan, moed verzamelen

 

Artikel in Woord & Dienst 65-9, september 2016. Dit artikel kunt u ook downloaden in pdf-formaat: klik hier.

 

Recent zwaaide de eerste lichting af: de deelnemers aan de postacademische missionaire specialisatie voor voorgangers. Wat motiveerde de deelnemers en hoe hebben ze het traject ervaren?

Koos van Noppen

 

Sinds een jaar is ds. Otto Grevink, predikant te Waalwijk, een dagdeel per week aanwezig op de plaatselijke basisschool. ‘In de wandelgangen heb ik contact met leerlingen, ouders en leerkrachten’, vertelt hij. ‘En ik fungeer als een vraagbaak.’

Grevink kwam op het idee om als onbezoldigd schoolpastor aan de slag te gaan tijdens het volgen van een postacademische ‘missionaire specialisatie’. ‘Het contact met school was er altijd wel, maar ergens aan de zijlijn van mijn agenda. Door de opleiding ben ik me er meer van bewust geworden dat de contacten met mensen buiten, of aan de rand van de kerk geen hobby zijn, maar een wezenlijk onderdeel van mijn predikantschap. Dus ook als er een berg werk ligt, maak ik hier bewust tijd voor vrij.’

Magere bagage

Missioloog Stefan Paas constateerde onlangs in Kerk en Theologie dat het nog altijd mogelijk is om in Nederland voorganger te worden zonder enige missionaire training van betekenis. Als geen ander werkt hij aan een verbetering van de universitaire opleiding op dit punt. Voor voorgangers die al lang(er) geleden afstudeerden is er sinds twee jaar een intensief nascholingsprogramma, de postacademische missionaire specialisatie, ‘om hen te helpen inspirerend leiding te geven aan een veranderingsproces in de gemeente, om zelf, maar ook met de gemeente uitnodigend aanwezig te zijn in de samenleving’, zegt Nynke Dijkstra-Algra (Missionair Werk & Kerkgroei, PKN) die het tweejaarlijkse opleidingstraject uittekende. ’Predikanten hebben in hun opleiding doorgaans weinig “missiologische” bagage meegekregen. Tegenwoordig is er al meer aandacht voor aan de universiteit, maar als ik voor mijn lichting spreek: we lazen het boek Evangelistiek van Verkuyl, dat was het zo’n beetje.’

Theorie en praktijk

De eerste lichting: twintig predikanten, ‘bonders, vrijzinnigen en alles wat er tussen zit‘, vertelt Dijkstra. ‘Stuk voor stuk ondernemende lui, die verder hebben gekeken dan hun eigen kringetje en ergens voor gaan.’ Het nascholingsprogramma bood een combinatie van theorie en praktijk. Het gezelschap ging regelmatig op werkbezoek, onder andere naar de kroegkelder-kerk van Twintigers Woerden, naar de Oude Kerk in Rotterdam-Delfshaven, de Eemlandhoeve van boer/filosoof Jan Huijgen in Bunschoten en het klooster van Chemin Neuf in Oosterhout. Een hoogtepunt vormde de reis naar Engeland, waar nader werd kennisgemaakt met Fresh Expressions of Church, nieuwe vormen van kerkzijn, die een heldere identiteit koppelen aan een grote mate van gastvrijheid.

Motivatie

Uit essays van de deelnemers, gebundeld in de brochure Voorbij de sprakeloosheid, komt naar voren waarom de predikanten zoal besloten aan te haken. ‘Ik merk dat we langzaam verleren om het geloofsgesprek te voeren met elkaar’, schrijft de een. Een ander constateert: ‘Het spreken over de “veelkleurige gemeente” lijkt soms ingegeven te zijn door onvermogen om een gedeelde visie te onderschrijven. Het risico is dan dat de gemeente niet écht veelkleurig is, maar grijs (waar staan we eigenlijk voor?) en vrijblijvend (“als je niet mee wilt doen, is het natuurlijk ook goed”).’ Een van de predikanten schrijft expliciet over de sprakeloosheid. ‘Bij de opening van de kerkenraadsvergadering wordt er altijd uit een boekje gelezen. Nel Benschop is favoriet. En als ik aan ouderlingen vraag wie er bidt met gemeenteleden, dan doet niemand dat.’

De eigen werkomgeving beschrijven bleek behoorlijk confronterend.

Otto Grevink wilde na 9 jaar predikantschap in dezelfde gemeente, met een heel fusieproces achter de rug, investeren in een nieuwe uitdaging. ‘Ik heb altijd veel affiniteit gehad met mensen die niet of niet meer in de kerk komen en ik herkende me in het verlangen dat uit de opleiding sprak: om voor hen uitnodigend kerk te zijn.’ Inmiddels is Otto ook internetdominee bij de pioniersplek Mijnkerk.nl.

Je eigen context

Naast een ‘stevige theologie, vooral ecclesiologie en missiologie’, concentreerde het lesaanbod zich op de persoonlijke ontwikkeling en het geloof van de voorganger. Dijkstra: ‘Dat leverde boeiende gesprekken op over vragen als: Wie is Jezus? Wat betekent “heil” voor jou? Hoe voed je je geloof? Hoe houd je voeling met de cultuur?’ Een van de speerpunten in het programma was de aandacht voor de eigen context. De predikanten kregen de opdracht om een beschrijving te maken van hun werkomgeving. Wie wonen er? Wat kenmerkt hen? Dijkstra: ‘Het bleek behoorlijk confronterend. Want vervolgens ging het over de vraag: hoe ben je kerk, met en voor deze mensen?’

‘Ik ben tijdens die opleiding uit mijn ei gekomen’, bekent ds. Paul Blom, gereformeerde-bondspredikant uit het kippendorp Barneveld, met enige zelfspot. ‘De aandacht voor “contextualisatie” was een eyeopener. Ik vermoed dat we in klassiek gereformeerde kerkdiensten te makkelijk bidden dat de heilige Geest de adressering voor zijn rekening neemt, terwijl het er toch om gaat dat Hij aan het woord komt.’ In zijn afsluitende essay schrijft Blom: ‘Naar mijn overtuiging zijn verschillen tussen kerken niet meer gerechtvaardigd door denominaties. De variaties op het woord “gereformeerd” zijn uitgeput. Het is teveel van hetzelfde. Legitieme verschillen ontstaan mijns inziens door de context. Tussen op slippers lopende creatieve geesten in Amsterdam ziet de kerk er anders uit dan onder de geschoeide havenarbeiders in Rotterdam.’

Wat betekent contextualisatie in Barneveld? ‘Je kunt gemakkelijk zeggen: het is een Veluws dorp, met een sterk agrarische bevolking. Maar als je scherper onderscheidt, is het veel meer gemêleerd dan die stereotyperingen. Er verandert veel, in een hoog tempo. Voor mijn werk betekent het dat ik niet voetstoots uit kan gaan van wat ik over de inwoners meen te weten. Ik heb ook meer een luisterhouding ontwikkeld.’

Moed verzameld

Grevink vond het een verademing dat de opleiding niet werd gedomineerd door klaagzangen over de secularisatie. ‘Alle aandacht van theologen voor de secularisatie vind ik vaak één grote uiting van zelfmedelijden, zonder dat er alternatieven worden gewezen. De term “secularisatie” is bij de missionaire specialisatie in het eerste jaar amper gevallen. We gingen op pad om te zien wat er nu wél kan. Zo hebben we moed verzameld.’

Ondanks de grote onderlinge verschillen was de chemie tussen de deelnemers wonderbaarlijk goed, vertelt Nynke Dijkstra. ‘Doordat je hetzelfde verlangen deelt, is er een grote mate van openheid om dingen te delen, van elkaar te leren. Het belangrijkste dat ze geleerd hebben is: lef. Ze zijn meer gaan durven, drempels overgegaan.’

Deze maand gaat een nieuwe lichting van start.

Koos van Noppen is hoofd communicatie bij de IZB.