Oordeel, vergeving en verzoening

Een oordeel uitspreken is recht doen; kwaad benoemen is de waarheid aan het licht brengen. Vergeving of zelfs verzoening gaat veel verder. Over drie grote woorden, die als een steen op je maag kunnen liggen, aan de hand van de verbeelding van Miroslav Volf.

Nynke Dijkstra-Algra

Het Oordeel – word ik geoordeeld? Angstbeelden uit de jeugd van ouderen komen boven: ‘God ziet alles, ook de kleinste misstap’. Hoe bedreigend is dat? Heel anders is het als jóu van alles is aangedaan. Wanneer herinneringen je achtervolgen. Je zou ze graag vergeten, maar je hebt er de rest van je leven last van. Een oordeel over de daders is nódig. Wat zij deden was fout en moet als kwaad worden benoemd; voor slachtoffers van misbruik is dat van levensbelang. Ze geven al te vaak zichzelf de schuld of – nog erger – anderen suggereren dat ze het wel zullen hebben uitgelokt of zelfs gewild. Maar daarna: vergeving? Of zelfs verzoening? Even niet. Heel lang niet. Misschien wel nooit.

Waarheid
Jarenlang gaf bisschop Tutu leiding aan de waarheidsen verzoeningscommissie in Zuid-Afrika. Slachtoffers en daders kwamen aan het woord, in elkaars aanwezigheid. Het kwaad werd niet weggepoetst en op die manier werd gezocht naar de mogelijkheid van verzoening – een (bijna) onhoudbare spanning. Daarbij ging het om het herstel van de waardigheid van de slachtoffers, maar evenzeer werden de daders aangesproken op hun menselijke waardigheid. Daders kregen persoonlijke amnestie als zij volkomen eerlijk hun misdaden vertelden en beleden. Zodat beide partijen verder konden.

Diepe sporen
Miroslav Volf, Kroatisch theoloog en hoogleraar theologie (Yale), schrijft in zijn boek The End of Memory (2006) over wat hem aangedaan werd als dienstplichtige. Hij werd psychisch mishandeld door een kapitein – ‘G.’ in het boek – uit het Servische leger. Gevangen op beschuldiging van verraad en spionage, dreigde men dat hij voor altijd vast zou zitten en hij zijn familie nooit meer zou zien. Onzekerheid, angst, werd gebruikt als martelwerktuig. Dat liet diepe sporen na.

Beelden kunnen helpen om zware thema’s woorden te geven

De vraag die het boek stelt is: wat moet ik met kapitein G.? Wat betekenen hier de grote christelijke woorden als oordeel, vergeving en verzoening? Volf denkt er een boek lang over na en eindigt met een hoofdstuk vol verbeelding.
Beelden kunnen helpen in gesprekken over zware thema’s. Je levensweg kun je bijvoorbeeld vergelijken met de uittocht van het volk Israël. Weg uit Egypte, maar wat is die woestijnreis lang, heet en droog. Een oase is echt nodig zo af en toe. Soms verlang je terug naar Egypte, maar het verlangen naar een nieuw en ander leven (het beloofde land) houdt je gaande.

Scenario’s
In mijn eigen woorden, niet de zijne, probeer ik verslag te doen van de manier waarop Volf met verbeelding werkt. Volf probeert zich voor te stellen hoe het zou zijn als hij kapitein G. zou ontmoeten, en komt tot verschillende scenario’s.

Stel, ik kom hem tegen voor een commissie van waarheid en verzoening, zoals die in Zuid-Afrika werd geleid door Tutu. Zou G. mij aankijken? Ik hem? Het zou niet genoeg zijn. Ik weet vrijwel zeker dat G. geen berouw zou hebben. Dat hij nét voldoende zou toegeven om amnestie te krijgen. Mijn aanbod van vergeving zou hij mij in mijn gezicht gooien: ‘ik heb niks gedaan wat jij moet vergeven’.
Verzoening is uitgesloten. Verzoening vereist meer dan de waarheid, zelfs meer dan de volle waarheid. Het is nodig dat de dader zijn morele verantwoordelijkheid erkent.

Of ik ontmoet G. in een kroeg. Ergens op een rustig plekje, achteraf, gaan we het gesprek aan. Ik probeer hem te vertellen wat hij in mijn leven heeft aangericht. Maar hij kijkt van me weg en schiet in de verdediging. Hij legt uit dat hij ook niet anders kon: ‘het kwaad kreeg de overhand in mij’. ‘Dat had niet moeten gebeuren, je had het kwaad moeten weerstaan’, reageer ik. G. gaat zelfs in de aanval: ‘Alsof je zelf zo’n heilige bent!’
Het levert niks op. Geen erkenning. Alleen maar een beroep op de omstandigheden. Volf beseft ook dat het gesprek misloopt omdat hij G. nauwelijks de kans geeft.
We kunnen ons niet met elkaar verzoenen op eigen houtje. Misschien is een goede therapie nodig. Maar ook een therapeut kan ons uiteindelijk niet brengen waar we moeten zijn: bij onze nieuwe identiteit die God beschikbaar stelt. Ik heb dus ook een geestelijk begeleider nodig, die een appel op me doet. Maar weet zo iemand genoeg? Kan hij de waarheid over mij en G. echt boven tafel brengen? Naar wie moet ik toe om het proces van verzoening met G. tot een goed einde te kunnen brengen?

Gods licht
Uiteindelijk stelt Volf zich een ontmoeting met G. voor aan het eind van de geschiedenis, bij de goddelijke rechtbank. G. kan zich dat moeilijk voorstellen; hij is atheïst.
Maar stel? We verschijnen allebei in het licht van God. Wat gebeurt er dan? God kent hem door en door, hij weet in hoeverre hij als dader ook slachtoffer was. Hij kan onderscheiden, ik niet. God ziet mij ook, hoe ik slachtoffer was, maar hij kent ook mijn aandeel in alles wat er gebeurd is. Dat komt allemaal aan het licht, Gods licht. Licht van recht én liefde. Ik merk dat wij als gelijken voor God staan. Dat is eng. De waarheid komt aan het licht. En tegelijk is er vrijspraak mogelijk. Geen vrijspraak waarbij alle documenten en archieven blijven liggen zodat de zaak ieder moment weer kan worden opgepakt. Nee, vrijspraak waarbij dat allemaal vernietigd wordt. Waarbij ook de omstandigheden die het kwaad mogelijk maakten onmogelijk gemaakt worden. ‘Dat lijkt een buitengewoon visioen’, zegt G. ‘Wat gebeurt er dan?’ ‘Om je de waarheid te zeggen: dat weet ik niet. Dat is het punt waarop we allemaal onze verbeelding moeten beteugelen. Ik stel me zo voor dat ik me laat verrassen. Maar ik denk dat dat nieuwe leven lijkt op genieten van een prachtig stuk muziek – muziek die je meeneemt op een onvoorspelbare reis. Dat doet een wereld van de liefde voor zijn bewoners. De wegen naar het verwonde verleden zijn afgesloten, je treedt het heden binnen en je bent vrij om waarheid en goedheid en schoonheid te ontdekken – voor jezelf en allemaal samen.’ ‘Ik hoop dat je gelijk hebt’, reageert G. op een toon waarin zowel ongeloof als verlangen klinkt.

Gods tranen
Nog één beeld. Voor bisschop Tutu was het voorzitterschap van de commissie van Waarheid en Verzoening een zware gang. De tranen liepen hem geregeld over de wangen. Misschien is God als die huilende Tutu; de tranen lopen Hem over de wangen als hij onze verhalen hoort. God benoemt kwaad als kwaad. Er wordt niets weggemoffeld. Dat is oordeel. En tegelijk is er de mogelijkheid van amnestie: een nieuwe kans, een nieuw begin, een lange weg naar herstel. De gevolgen blijven, een leven lang. Voor Volf, en voor zovelen. Maar de beelden over oordeel, vergeving en verzoening wijzen een weg: naar het rijk van waarheid, goedheid en schoonheid.

Ds. Nynke Dijkstra-Algra is voorzitter van de redactie van Woord & Dienst.


The End of Memory
is in het Nederlands verkrijgbaar als: Miroslav Volf, Onbelast. Geven & vergeven in een genadeloze cultuur. Uitgeverij Van Wijnen: Franeker 2009, 256p. € 22,50