Levenskunst en het wonder

Artikel in Woord & Dienst 64/5, mei 2015 – Heelwording

Vaak blijft het wonder uit; de praktijk van alledag, bijvoorbeeld in het ziekenhuis. Volgens geestelijk verzorger Dick Stap hoeft dit niet tot geloofscrises te leiden, zolang we de terreinen van wetenschap en religie goed uit elkaar houden.

Dick Stap

Op zondag Oculi in de Veertigdagentijd stond ik als student ooit in de garderobe van een kerk. Een mevrouw hing haar jas naast de mijne. We kenden elkaar niet. Zij keek mij echter aan met een grote blijdschap en zei: ‘Ik heb van God nieuwe ogen gekregen!’ Het bleek dat zij een staaroperatie had ondergaan die succesvol was verlopen. Wanneer ik aandachtig luister naar de beleving van deze oude dame, dan begrijp ik dat zij in haar wereld iets zeer uitzonderlijk had meegemaakt.
Jaren later sprak ik als geestelijk verzorger een jongeman die mij vertelde over zijn ernstig zieke moeder. ‘God zal haar genezen,’ zei hij. Een ervaren arts uit mijn ziekenhuis vertelde mij echter dat er geen kans meer was op genezing. De moeder overleed korte tijd later.

Als geestelijk verzorger dien ik beide verhalen ernstig te nemen. Maar ik dien ze als theoloog ook nuchter te analyseren. Dan blijkt dat er één subtiel, maar uiterst belangrijk verschil tussen beide verhalen zit. Dit verschil probeer ik hier uit te diepen. De oude mevrouw deed géén beroep op weten of kennis. Zij bracht slechts spontaan haar levenservaring in verband met de traditie waarin zij tachtig jaar geleden was opgevoed. De zoon van de stervende moeder legde echter een zeker weten in zijn verwachting, en dat kwam niet uit. Dit subtiele verschil tussen weten en niet weten heeft voor het begrijpen van het wonder – en voor de theologie – belangrijke gevolgen.

Wetenschap
Volgens de wetenschappelijke standaardregels ontstaat (medische) kennis uit de kritische wisselwerking tussen waarnemingen en het verstand, kennis die wordt beschreven in toetsbare voorspellingen. Wanneer onderzoeksresultaten gepubliceerd zijn, begint er een proces van herhaalde toetsing door een (internationale) gemeenschap van onderzoekers die altijd volledig onafhankelijk van elkaar werken. Zo wordt langzaam de beschikbare kennis getoetst op zijn geldigheid, namelijk of de voorspellingen ook werkelijk uitkomen.

Geldige kennis over God en zijn ingrijpen is er niet

Dit uitgangspunt betekent dat onderzoekers heel veel, maar zeker niet alles kunnen weten. Verstandige artsen onderstrepen daarom hoe weinig zij vaak nog maar begrijpen van hun onderzoeksgebied. De medische wetenschap die ‘alles weet’ is een mythe die in de praktijk van het ziekenhuis veel teleurstellingen veroorzaakt.

Mysterie
Wanneer wij over een wonder spreken, gaat het om een uitzonderlijke gebeurtenis waarvoor geen (wetenschappelijke) verklaring bestaat en die wordt toegeschreven aan het ingrijpen van God. Dat onderzoekers een gebeurtenis niet kunnen verklaren, betekent voor mij nog niet dat er feitelijk sprake is van een wonder. Er is dan alleen maar sprake van ‘niet weten, niet kennen’.

Een wonder toeschrijven aan het ingrijpen van God kan niet gebeuren langs de weg van de geldige kennis, zoals ik die hierboven heel beknopt schetste. Voor God zelf geldt iets vergelijkbaars trouwens, denk ik. God is niet waarneembaar met de zintuigen. Hij is denkbaar door het verstand. Dat klinkt weliswaar redelijk, maar het is niet genoeg om te spreken van geldige kennis over God en zijn ingrijpen. Daar heb je minstens óók nog zintuiglijke informatie voor nodig. Wij kunnen daarom over God niets met zekerheid voorspellen; wij weten nooit van tevoren of het wonder zich zal voordoen of niet – en waarom. Anders zouden wij God kunnen controleren en beheersen. Daarmee zou hij echter zijn God-zijn verliezen, dat in zijn mysterie ligt.

Niemand heeft ooit God gezien. Hij is een mysterie dat wij hoogstens intuïtief kunnen vermoeden. Daardoor kennen wij ook zijn ingrijpen niet. Dit inzicht wordt zorgvuldig bewaard in de onderstroom van de mystieke tradities uit het christendom. Daarin wordt aan de Eeuwige – als een geheimenis dat wij niet kunnen kennen – een hoofdrol toebedeeld.

Betekenis
Bij het wonder blijkt het te gaan om een interpretatie van een uitzonderlijke gebeurtenis die wij niet begrijpen of kennen, maar die we desondanks wel betekenis kunnen geven met onze verbeeldingskracht. Bijvoorbeeld met woorden voor de God die bij ons is wanneer wij te lijden hebben. De verbeeldingskracht drukt zich in dit geval eerbiedig uit in de eeuwenoude begrippen van een geloofstraditie.

Geloof biedt woorden voor situaties waar eigenlijk geen woorden voor zijn

Hoe kostbaar dat is, maakte die oude dame duidelijk op zondag Oculi. Zij ‘weet niet’ zo precies wat haar allemaal is overkomen. Maar zij kan haar vreugde over haar genezing delen in haar geloofsgemeenschap. Zij heeft daar woorden voor en haar gemeenschap ook; zij verstaan elkaar.

Het probleem van het tweede verhaal is dat de jongeman met zijn wonderbegrip de grens tussen weten en niet weten overschrijdt, de grens die wetenschap van religie onderscheidt. Hij begeeft zich op het terrein van het weten, terwijl hij zich in werkelijkheid bevindt in een tragische situatie van niet weten. Hij gaat uit van een twijfelachtige voorspelling waarmee hij zijn tragiek tevergeefs probeert toe te dekken.

Levenskunst
Ons bestaan kenmerkt zich door een tekort: wij kunnen als mens niet alles weten. Het is moeilijk om daarmee te leven. Daarom ontwerpen wij met onze verbeeldingskracht ingewikkelde omgangsvormen – zoals wetenschap, kunst en religie – waardoor wij een beetje beter kunnen leven met dat niet weten.
In de wetenschap gebruiken wij de kracht van ons voorstellingsvermogen om die te toetsen aan de werkelijkheid. Om zo ‘niet weten’ te veranderen in ‘weten’ – en ‘weten’ in ‘beter weten’. In de religie, de filosofie en de kunst proberen wij het met onze voorstellingen daarentegen bescheiden uit te houden in het niet weten over het grote mysterie van het leven.

Voor mij is dat de mystieke kern van de levenskunst die geloven is. Wij weten vaak niet waarom wij niet meer beter worden, en ten diepste ook niet waarom wij moeten sterven. Zelfs onze cultuur, die vrijwel uitsluitend de nadruk legt op het weten, heeft daar geen existentieel afdoende antwoord op. Dat is trouwens niet alleen maar droefenis. Onze grootste schat is de liefde. Maar ook die blijft een mysterie.
Wij moeten het vaak uithouden met het geheim. Religieuze tradities zijn daarbij voor mij een kostbare hulp. Wanneer zij mystiek spreken, en zeker wanneer zij er soms het zwijgen toe doen. Het leven blijft moeilijk. Geloven is een levenskunst die wij moeten bewaren en telkens moeten vernieuwen. Zodat we een paar woorden overhouden voor situaties waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Om er de pijn van het niet weten wat mee te verzachten.

Ds. Dick Stap is als geestelijk verzorger en ethicus werkzaam in het ziekenhuis van de Stichting ZorgSaam in Zeeuws-Vlaanderen; hij is zelf chronisch ziek.