Is enthousiasme te organiseren?

Artikel in Woord & Dienst 65-5, mei 2016. Dit artikel kunt u ook downloaden in pdf-formaat: klik hier.

“Wat een prachtige dienst was dit! Ik heb nog nooit in een PKN-dienst de aanwezigheid van de Heilige Geest zo direct ervaren als vanmorgen.” Ik wist niet zo goed hoe ik op deze enthousiaste reactie moest ingaan zo bij de uitgang van de kerk. “Tot je dienst” was het enige wat ik kon uitbrengen.

Jan van der Wolf

Blijkbaar had deze jonge vrouw iets bijzonders ervaren op die mooie Pinksterdag. In gedachten ging ik de dienst nog eens na. Het combo, dat voor de muzikale begeleiding zorgde, was goed op dreef die morgen. We zongen ‘opgewekte’ liederen, die de kerkgangers letterlijk in beweging brachten. De preek kwam goed uit de verf. Er waren persoonlijke verhalen van mensen die belijdenis deden. Ook de zegening maakte diepe indruk. Aanwezigen die zich in het bijzonder verbonden voelden met hen die neerknielden werden uitgenodigd om mee te doen met de handoplegging. En opa met zijn stok kwam naar voren. Hij had nooit gedacht dat hij zijn kleinkind nog eens de handen op het hoofd zou mogen leggen. Inderdaad, er was veel te beleven in deze dienst. De jonge vrouw voelde hierin de werking van de Geest. Ik heb nog lang nagedacht over haar opmerking. Wat vertelt dit? Wat zegt dit over onze reguliere kerkdiensten?

Belevingscultuur
We leven in een belevingscultuur. We zijn voortdurend op zoek naar ervaringen die ons
diepste innerlijk raken. Fabrikanten weten dit maar al te goed. Het is niet meer genoeg om een goed product te verkopen, er moet beleving bij. Dit verklaart waarom mensen bij Starbucks drie keer zoveel voor hun koffie willen betalen als bij de Burger King. Ook een bezoek aan een Apple Store met een glazen trap levert een mooie verhaal voor een verjaardag op.
Je kunt er van alles van vinden. Maar de belevingscultuur is nu eenmaal een feit en we zijn er allemaal onderdeel van. Dit geeft ons als kerk huiswerk. Want de vraag is: zijn onze protestantse kerkdiensten, die vanouds nogal talig zijn en op de ratio gericht, nog wel passend in de huidige culturele context? De Amerikaanse theoloog Eric E. Webber, heeft zich diepgaand met deze vragen beziggehouden. Volgens hem was er voor de uitvinding van de boekdrukkunst sprake van een “culturele communicatie”. Het geloof werd overgedragen door de rituelen en de verhalen die in de geloofsgemeenschap aan elkaar verteld werden. Deze verhalen waren ook verbeeld als fresco’s op de muren van de kerkgebouwen. De Reformatie, die plaatsvond in het kielzog van de Gutenberg revolutie, luidde een periode van “didactische communicatie” in. Kerkdiensten werden meer en meer ‘onderwijzend’ van aard. In preken kwam de nadruk op de uitleg van de Bijbel en de uiteenzetting van het geloof te liggen. Hiermee werd de verbale en rationele kant van het geloof belangrijk.

Meer beleving
Vanaf de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vindt er opnieuw een omslag plaats: de audiovisuele revolutie. Het geloof wordt niet langer alleen maar overgedragen door de ontvouwing van de leer en intellectuele beschouwingen maar veel meer door de “communicatie door participerende ervaring”. Je kunt in een zaaltje van een kerk met de kaart van Israël aan de muur aan jongeren proberen uit te leggen wat het geloof betekent. Veel beter werkt het om jongeren mee te nemen naar, bijvoorbeeld, Taizé. Deze onderdompelende ervaring maakt meestal diepe indruk. Zo zeer, dat ze daarna van alles willen weten.
In veel protestantse kerken wordt dit aangevoeld, en zoekt men nieuwe wegen naar meer beleving. Het meest duidelijk is dat te zien aan het toenemende gebruik van de beamer. Het oog wil ook wat, niet alleen het oor. Ik vind het wel geestig dat we in Protestants Nederland lijken terug te gaan naar de tijd van voor de Beeldenstorm.

De belevingscultuur is nu eenmaal een feit

 

Zintuigen
Marketeers weten dat consumenten graag iets willen beleven. Zij hebben modellen ontwikkeld om ervaringen te creëren die gedenkwaardige herinneringen opleveren. Bernd Schmitt, professor International Business en auteur op het gebied van ‘consumer experience’, spreekt in dit verband van ‘experiential marketing’. Hij heeft het over vijf Strategische Ervarings Modules (SEM’s)

• Sense: Wat word ik gewaar via mijn vijf(!) zintuigen? Wat kan ik horen, zien, voelen, ruiken en proeven?
• Feel: Wat gebeurt er emotioneel met mij?
• Think: Wat geeft dit mij te denken?
• Act: Wat kan ik doen?
• Relate: Wat gebeurt er met mij in relatie tot anderen?

Schmitt stelt dat hoe meer van deze factoren deel uitmaken van de belevenis, hoe rijker die is voor de deelnemer. Een gebeuren dat niet als een belevenis wordt ervaren, appelleert aan te weinig van deze ervaringsaspecten. Naar mijn idee gaat dit ook op voor een kerkdienst. Bij het voorbereiden van een kerkdienst probeer ik daarom dit plaatje in gedachten te houden.

Beleving organiseren
Een kerkdienst is een ontmoeting met de heilige en levende God. En daarin doet ons hele mens-zijn mee. Geloven is immers iets van de hele persoon. Jezus zegt: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.” (Mat. 22:37). De SEM’s van Schmitt helpen mij om na te gaan of in de kerkdienst de hele persoon wel genoeg wordt aangesproken. Hoe meer dat gebeurt, hoe meer de kerkgangers de kerkdienst als belevenis zullen ervaren. Door hier rekening mee te houden kan zelfs beleving en enthousiasme georganiseerd worden! Dit is een spannend gegeven. Liturgie wordt dan tot spelen met v(V)uur.

Liturgie wordt spelen met v(V)uur

 

Theologische vragen doemen op. Kan een ontmoeting met de Eeuwige wel georganiseerd worden? Valt ons enthousiasme één op één samen met de werking van de Geest? We kunnen het ook van de andere kant benaderen. Staat onze traditionele vormgeving van diensten een ontmoeting met de Heilige niet in weg? Zijn we door vast te houden aan onze liturgische gewoontes niet bezig de Geest te doven?

Er kan en mag meer te beleven zijn in de protestantse kerkdienst. Daarmee is trouwens niet gezegd dat er meer spektakel moet zijn. Zo zijn de verstilde Taizé-vieringen beslist geen spektakel, maar voor de aanwezigen wel een belevenis. Ook bij een doorwrochte exegetische preek kunnen de hoorders op het puntje van hun stoel zitten. Het gaat niet om het spectaculaire, maar om de betrokkenheid van de hele mens. Dat is al een hele belevenis.

Bovenstaande zou de suggestie met zich mee kunnen dragen dat het geloven in God samenvalt met beleven of het ervaren van God. Maar geloven is soms ook niet-ervaren en tegen alles in je vertrouwen op God stellen. De aanwezigheid van God valt niet samen met ons gevoel. God is groter dan ons hart. Dat neemt niet weg dat kerkgangers aangeraakt willen worden door God. En naar mijn diepste overtuiging draagt het beleveniskarakter van een kerkdienst daaraan bij. Maar het is het werk van Gods Geest of Zijn aanwezigheid ervaren kan worden. Deze belevenis is een vrucht van de Geest.

In 2012 besteedde Jan van der Wolf een studieverlof aan het onderwerp van dit artikel. Het verslag daarvan, getiteld Van toeschouwer naar deelnemer. De mogelijkheden van de (protestantse) kerkdienst in de huidige belevingscultuur, is bij hem op te vragen via jtvanderwolf@gmail.com.

 Beeld: Gebed in Taizé-kerk (Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0).