Het mislukte kerstdiner

Artikel in Woord & Dienst 64-11, november 2015 – Rituelen

 

We lopen met lampionnen en zingen liedjes, Piet zal in enige kleur Sinterklaas begeleiden op zijn tocht op de stoomboot en over de daken, we tuigen de kerstboom op en ontsteken kaarsen. We gaan naar de kerstnachtdienst en zingen Stille Nacht, de volgende dag is er het gebruikelijke gedoe van het kerstdiner en de dag erna herhaalt zich dat bij de andere helft van de familie. We bakken oliebollen en er gaat weer veel vuurwerk de lucht in.

Marcel Barnard

November en december zijn maanden vol met rituelen, van gedachteniszondag tot advent, van Sinterklaas tot Kerstmis, van Sint Maarten tot oudejaar. Wat zijn rituelen eigenlijk? En waarom zijn we er zo dol op?

Wat zijn rituelen?
We kunnen rituelen omschrijven als een min of meer samenhangend geheel van symboolhandelingen, symbooltaal en symbolen. Het avondmaal is bijvoorbeeld een ritueel: de symboolhandelingen zijn nemen, breken, delen, eten, vergieten, drinken; de symbooltaal is ‘dit is mijn lichaam …’, ‘dit is mijn bloed…’, en de symbolen zijn brood en wijn. Of, ander voorbeeld, de dodenherdenking op 4 mei. Symboolhandelingen zijn het leggen van kransen, twee minuten stil-zijn, defileren langs een gedenkteken; symbooltaal zijn de toespraken en gedichten die er bij de verschillende monumenten in stad en land gehouden en gelezen worden; symbolen zijn die monumenten zelf, bloemenkransen enzovoorts.
In ons persoonlijke leven is de trouwviering een ritueel dat twee mensen bij elkaar brengt. De symbooltaal is het eenvoudige ‘ja, dat beloof ik’; de symboolhandeling is het elkaar geven van de rechterhand, het stellen en beantwoorden van de vragen, de ringwisseling en alles wat nog meer tot het ritueel van de trouwdag behoort; symbolen zijn bijvoorbeeld de ringen, de trouwkleding en de trouwzaal.

De rol van symbolen
Bij een omschrijving van wat een ritueel is, heb ik driemaal het woord symbool gebruikt. Dan komt natuurlijk meteen de vraag op wat symbolen dan wel niet zijn. Het woord symbool heeft zijn oorsprong in een Grieks woord dat zoveel als ‘bij elkaar brengen’ betekent. In het Nieuwe Testament komt het voor in het kerstverhaal: ‘Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken’. De oude vertaling zegt ‘die overwegende in haar hart’, letterlijk staat er: ‘zij symboliseerde’. Ik versta dat zo: Maria probeert de wonderlijke zaken die zijn gebeurd bij elkaar te krijgen, het bezoek van de herders en de engelen, haar toch wat wonderlijke zwangerschap. Zij probeert hemel en aarde bij elkaar te krijgen.

Symbolen brengen werelden samen die niet vanzelfsprekend bij elkaar horen

 

Dat is wat we doen als we in de kerk symbolen gebruiken: een symbool brengt twee of meer werelden, gebieden, mensen bij elkaar die niet vanzelfsprekend bij elkaar horen. De symbolen, symbooltaal en symboolhandelingen van het avondmaal brengen het leven van Christus en dat van de gemeenteleden bij elkaar: ‘Dit is mijn lichaam … Neemt, eet en gedenkt …’. Het brood brengt dat wat ons in het dagelijkse bestaan leven schenkt bij wat ons uiteindelijk leven geeft, het brood van het leven, Jezus zelf. De symbolen, symbooltaal en symboolhandelingen van 4 mei brengen ons en de doden die het hoogste offer van hun leven voor onze vrijheid brachten bij elkaar. Wij raken met hen verbonden, en zo leren we in dat ritueel steeds weer dat vrijheid duur wordt gekocht, allerminst vanzelfsprekend is en offers vraagt. Evenzo verbindt het ritueel van het avondmaal ons met Christus en het offer dat hij bracht.

Omstreden symbolen, mislukte rituelen
Rituelen zijn gevaarlijke dingen, ze bestaan in een precair evenwicht. Een ritueel bindt samen, maar kan ook scheiding teweegbrengen. De kerkelijke gemeente wordt gebouwd in de gezamenlijke eredienst. Maar het evenwicht is hachelijk. In de vakliteratuur wordt zelfs wel over worships wars gesproken als gemeenten het niet eens worden over de liederen die gezongen moeten worden. Een kerkdienst met ‘voor elk wat wils’ is ook niet voor iedereen wat de eredienst zou moeten wezen.
Een ander voorbeeld van een omstreden symbool is Zwarte Piet. In de loop van zijn bestaan is hij steeds meer op een slavenjongen gaan lijken en dat wekt associaties die onwenselijk zijn. Het draagvlak breekt dan. Hoe dat kan ontsporen, leert een snelle search op het internet naar Zwarte Piet: aan de ene kant worden welwillende en goedbedoelende Nederlanders voor racisten uitgemaakt en aan de andere kant wordt Pieterbaas in zijn huidige vorm als symbool van de zuiver Nederlandse identiteit neergezet.
Rituelen kunnen ook welbewust worden ingezet om mensen met verkeerde werelden in contact te brengen; de rituelen van nazi-Duitsland met hun ideologie van bloed-en-bodem en hun antisemitische inhoud zijn wat dat betreft sprekende voorbeelden.

Ons leven wordt gestuurd door de waarden die rituelen vertegenwoordigen

 

Maar er zijn ook minder ernstige voorbeelden die duidelijk maken hoe rituelen steunen op instemming. Het kerstdiner kan en is in veel families ook een gedoe van jewelste, omdat er met allerhande lastige zaken rekening moet worden gehouden: met broer Kees en zus Marjan die altijd ruzie hebben, met die ene ex van Chantal, en – o ja – moeten we tante Miep echt uitnodigen? En oh nee – alsjeblieft – jouw familie doen we wel apart. En dan zijn er nog die, overigens best wel aardige, oom en tante uit Leiden die er geen zin in hebben en altijd zorgen dat ze met kerst in het buitenland zitten. Het kerstdiner dat de eenheid van de familie zichtbaar moet maken – en dat vinden we, blijkt uit onderzoek, heel belangrijk – maakt dikwijls juist ook de gebrokenheid van de familie pijnlijk duidelijk. Een ritueel kan zomaar mislukken.

Waarom rituelen?
Waarom blijven we maar vasthouden aan rituelen? Omdat we die waarden van vrede op aarde, vrede in Europa, respect voor de doden en het gedenken van wie ons zijn voorgegaan, de eenheid van de familie, elkaar verrassen en geschenken geven, belangrijk vinden. Omdat we heimelijk wel weten dat ons leven uiteindelijk niet door de economie wordt gestuurd, maar door deze waarden. Daarom moeten we dat steeds weer vieren, steeds weer onszelf inprenten, steeds weer met elkaar delen. Dat geven we niet op. En dat is goed. Woorden zijn daarvoor niet genoeg. Er zijn gebaren nodig, en symbolen, naast de woorden.

Een kerkdienst waarin geen onbegrepen woord voorkomt, is mislukt

 

Maar dat zijn dikwijls woorden en gebaren en symbolen die we niet meer helemaal begrijpen. Dat ze de geur van traditie hebben is belangrijk, en dat ze als een soort herkenningstekens functioneren. ‘Die miljoenen eens zaligen zal’, dat zegt geen mens meer. Maar het móet zó worden gezongen in de kerstnacht. Wie Sinterklaas kapoentje is, kan ook geen mens meer uitleggen, maar hij hoort erbij. Een van a tot z begrijpelijk ritueel is geen ritueel, een kerkdienst waar geen geheimzinnig en onbegrepen woord in voorkomt, is mislukt. Het onbegrepene is onlosmakelijk met het sacrale verbonden. Daarom roepen we vrolijk Maranatha, Hallelujah, Kyrie-eleison en Zabaoth. In sommige kringen leest men een bijbelvertaling uit de zeventiende eeuw en zingt men teksten uit de achttiende – het voegt toe aan de heiligheid van de kerkdienst. Ik houd ervan; God beware ons voor de volledig begrijpelijke eredienst.

Rituelen en theologie
Wat moeten we nu als protestanten van al die rituelen denken? Vooral de calvinisten waren er toch nooit dol op, op die ‘ceremoniën’? Het verzet ertegen stamt uit de tijd van de reformatie, en is vooral een afzetten tegen de rooms-katholieke kerk van die dagen. Nu we eeuwen verder zijn, kunnen we rustig tegen elkaar zeggen dat rituelen eigen zijn aan mensen; wij zijn symboliserende wezens. Net als Maria proberen we hemel en aarde te verbinden. De gereformeerde kerkdienst is een mooi voorbeeld van zo’n ritueel: in het midden staat de preekstoel, want het Woord staat centraal. Daaromheen staan de banken of stoelen, want onze theologie wil dat het Woord gehoord wordt. De avondmaalstafel heeft alleen een functie als er avondmaal wordt gevierd; daar is niets heiligs aan. Ik zag een keer een dominee er zonder problemen een koffiekopje op zetten. En verder is de kerk leeg: er is niets te zien, behalve het prachtige licht. Er is alleen iets te horen: de stem van God, het Woord.

Steeds de vraag: welke theologie komt mee met dit ritueel?

 

Zo is een ritueel dus geladen met theologie. En steeds zullen we ons in de kerk moeten afvragen: welke theologie komt er mee met dit ritueel? Wat zegt dit ritueel over God en over ons mensen? Rituelen zijn er niet alleen in de kerk, ze zijn er ook in de samenleving. Bijvoorbeeld op 4 en 5 mei. Veel rituelen buiten de kerk vertegenwoordigen waarden die we ook in de kerk hooghouden. Vrijheid, gastvrijheid, gemeenschapszin, om er maar een paar te noemen. De grenzen tussen kerk en samenleving zijn dikwijls flinterdun. Dat blijkt uit vele rituelen.

 

Marcel Barnard is hoogleraar Praktische Theologie en Liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit, Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika.

Nalezen en verder lezen in: Marcel Barnard en Paul Post (red.), Ritueel bestek. Antropologische kernwoorden van de liturgie, Meinema: Zoetermeer 2001, 320p. € 29,-
(alleen via Printing-on-Demand, te bestellen via www.boekhandelsmit.nl)