Geld: goede vriend of slechte meester?

Toen ik in een kerkdienst het bekende lied ‘Neem mijn leven, laat het Heer’ liet zingen, zei na afloop een bezoeker: “dat ‘Neem mijn zilver en mijn goud…’ krijg ik niet over mijn lippen. Als je naar onze levensstijl kijkt, zingen we als huichelaars.”

Piet Schelling

Na bovenstaand voorval voel ik steeds aarzeling als ik overweeg dit vers te laten zingen. En via dit lied komen we zo bij de vraag hoe wij, christenen, ons verhouden tot geld en rijkdom. Een paar bijbeltheologische gedachten daarover.

Pas op met de Bijbel
Valt er vanuit de Bijbel iets te zeggen over rijkdom en geld? Zeker, de Bijbel heeft het daar vaak over. Maar de wereld van de Bijbel is totaal anders dan de onze. Geld en rijkdom zijn in onze tijd van een heel andere orde dan in de tijd van bijvoorbeeld Abraham. Voorzichtigheid is geboden om met de Bijbel in de hand een beoordeling te geven over onze omgang met geld en rijkdom.
Toch stuurt de Bijbel ons niet richtingloos het bos van de financiën in. Die richting moeten we niet zozeer zoeken in normen als ‘doe dit, laat dat’, maar in de waarden die achter de teksten schuilgaan. Belangrijke waarden zoals het behoeden van recht, opkomen voor gerechtigheid, delen van goed en macht, voorkomen van inhumane onderlinge afhankelijkheid, het bevorderen van vrijheid. Zeker, grote begrippen. En het is verre van simpel die om te zetten in concrete spelregels. Maar we hebben er wel ‘goud’ mee in onze handen. Uitgangspunt voor alle denken en praten over rijkdom is: als een van deze waarden bij het werven en bewaken van bezit in het gedrang komt, nadert men de kring van het kwaad. Dan barst de profetische kritiek los (Ez. 22:12; 27:31) en laten de wijzen zich horen (Spr. 1:8-19; 6:35; 17:3; 28;16; Sirach 26:29-27:30).

Rijkdom smaakt goed
Wij zetten vandaag grote vraagtekens bij rijkdom en het geld dat daarin zijn werk doet. Vooral sinds enkele jaren zijn de bedenkingen toegenomen. Er is ontzettend veel misgegaan in de financiële sector. Maar zonder de schouders op te halen over dat wantrouwen tegenover rijkdom, durf ik deze stelling aan: rijkdom smaakt goed, met rijkdom is niets mis. Ik vind me daarin gesteund door de Bijbel.

In de Bijbel komt rijkdom voort uit zegen

In de eerste plaats ontvouwen de verhalen van aartsvaders, koningen en profeten dat rijkdom niet vanzelf ontstaat. Er is een samenhang met zegen. Rijkdom is het gevolg van zegen. Een van de uitingen van de hemelse zegen is welvaart, die zichtbaar wordt in grote veestapels, welige wijngaarden en goede oogsten. Die zegen valt op mensen neer als zij er een leefwijze op na houden die is ingegeven door de Eeuwige. Vaak begint die levenswijze met de werkwoorden ‘sta op’ en ‘ga’. Een Stem die roept om op weg te gaan en het roer om te gooien. Zo ontstaat er gezegend leven, zichtbaar in rijkdom. Hét prototype is Abraham. Hij hoort de Stem, staat op en gaat. Uit die stap vloeit uiteindelijk rijkdom voort.
Nee, dat is niet vanzelfsprekend. Niet altijd vloeit het een voort uit het ander. Op voorhand weet je dat niet.

Leven van de geef
In de tweede plaats tonen de bijbelse verhalen dat rijkdom niet alleen uit ‘iets’ voortkomt, maar ook tot ‘iets’ leidt. Rijkdom leidt tot dankbaarheid naar en afhankelijkheid van God. De rijke die zich bewust is van de juiste verhoudingen, weet dat hij ten diepste leeft van de geef. Zijn leven met alles wat het voortbrengt, is een geschenk. Hij is met niets op de wereld gekomen en zal zonder iets de wereld verlaten. Alles wat hij opbouwt en bezit is in wezen geleend goed. Dat stemt hem dankbaar. Tegelijkertijd beseft hij dat hij afhankelijk is van de gever van alle dingen, ook al heeft hij er zelf hard voor gewerkt.
Dankbaarheid en afhankelijkheid zullen bij de rijke de wil om te delen versterken. Nooit is iemand de enige op de wereld, in zijn land, stad of dorp. Je bent altijd deel van een groter geheel. Het inzicht dat rijkdom geleend goed is, is nodig om de rijke bewust te maken van de roeping om te delen. Want er zijn ook mensen en groepen die geen deel hebben aan rijkdom. Zij missen primaire levensbehoeften en -mogelijkheden. Zij hebben recht op menselijkheid. Rijken, zeggen de profeten, zullen de mens met tekort helpen, maar zonder hem onmenswaardig afhankelijk te maken.

Geld ruikt lekker
Tegenover het volksgezegde dat ‘geld stinkt’ stel ik eerst dat geld lekker ruikt. Geld is niet vies. Je hebt het nodig om te voorzien in je levensbehoeften. Geld is een belangrijk instrument om de gemeenschap leefbaar te maken en te houden. Geld is niet de wortel van alle kwaad, zoals de volksmond weleens zegt. Dit gezegde is ontleend aan 1 Timoteüs 6:10: ‘de geldzucht is de wortel van alle kwaad’. Het maakt een enorm verschil of we geld of geldzucht als wortel van het kwaad zien. Geld heeft geen kwaad in zich. Het is een middel om het dagelijkse leven te ordenen. Dat mensen geld hebben en daardoor hun bestaan kunnen regelen en ontwikkelen, is een zegen. Die zegen activeert het besef dat wie heeft deelt met wie niet heeft.

Dankbaarheid zal de wil om te delen versterken

Geldzucht, de wortel van alle kwaad. Zucht duidt op ‘liefde voor’. Je kunt liefde hebben voor veel dingen en hoedanigheden. Prachtig, zolang het voorwerp van liefde je niet in de greep heeft. Zoals liefde voor geld. Levensgevaarlijk, zegt de apostel. Geld bezet jou in dat geval. Veel moet wijken om die liefde te bevredigen. Zij blijkt nogal eens onstuitbaar en gebruik te maken van kwade praktijken.

Kijk in de spiegel
In de eerste eeuwen van het christendom klinken voortdurend waarschuwingen tegen geldzucht, vanuit de wetenschap dat die veel kapotmaakt. Bij Paulus is een kenmerk van een crisis de geldzucht. Lucas kapittelt de liefde voor geld van de godsdienstige leiders. Een zekere Clemens, begin tweede eeuw, schrijft dat geldzucht schade aan de ziel toebrengt en dat wie Christus belijdt de liefde voor geld moet afzweren. Het geschrift Didachè, uit de tweede eeuw, ziet een verband tussen liefde voor geld en diefstal. Deze waarschuwingen in de eerste twee eeuwen zijn fors en tonen het gevaar voor hang naar geld. Zij sporen ons aan kritisch te kijken naar onze betrokkenheid bij geld. Zij houden mij de spiegel voor: wat drijft jou bij het vermeerderen van bezit en via welke wegen breid jij je rijkdom uit? En ik weet, kijkend in die spiegel, hoe moeilijk het voor me is zuiver en eerlijk te zijn. Inderdaad, zeggen dat zucht naar rijkdom de wortel van veel kwaad is, is geen loze kreet!

Dr. Piet Schelling is emeritus predikant te Monster en voormalig lid van de redactie van W&D.