Woord & Dienst september 2014 / Discipelschap

Wanneer discipelschap opgevat wordt als specifiek christelijke benaming voor ‘een leven lang leren’, zullen weinigen er moeite mee hebben. Met Schrift en traditie zijn we nu eenmaal nooit klaar. Er valt steeds nog iets nieuws te ontdekken, blijkt iedere zondag weer, en in een veranderende wereld komen telkens nieuwe vragen op. Hoe positioneren we ons op basis van christelijke waarden?
Daarin mag het gaan om vraagstukken als ons nationale vluchtelingenbeleid tot de vraag of het echt te ver gaat op zondag de website van het Reformatorisch Dagblad te raadplegen, wat mij betreft.
Maar wanneer discipelschap ‘christen-zijn met een plusje’ inhoudt, zullen er al snel hakken in het zand gaan. Betekent het dat sommigen gelijker worden dan anderen in gemeenschappen die zich afficheren als open, gastvrij, dan wel volkskerk? Sterken naast zwakken en uitverkorenen naast zielenpoten, zo niet verdoemden? Dat riekt naar een oordeel dat niet aan ons is. En wanneer er een fanatiek voorwaarts christenstrijders-sausje van bekeringsijver overheen gaat, is het hek helemaal van de dam. Enigszins gechargeerd is dit in een notendop de reikwijdte van het thema van dit nummer van Woord & Dienst.

Hoe positioneren we ons als christenen? In een maatschappij waarin gelovig zijn weer meer geaccepteerd lijkt worden, gaat in toenemende mate de vraag spelen of en in hoeverre we onze confessionele achtergrond tot uiting moeten brengen. En dan gaat het niet over een hugenotenkruisje onder de kleding. Predikanten moeten inmiddels beslissen of ze wel of niet met een wit boordje over straat gaan, en blijkens Facebook profileert de een na de ander zich momenteel met het Nasrani-teken. Allereerst natuurlijk als teken van solidariteit met zusters en broeders die lijden onder IS-terreur. Maar wellicht is het ook een teken des tijds. Een moslim herken je van verre. Waarom een christen niet? Een opmerkelijke ontwikkeling, vrij kort nadat algemeen geaccepteerd was dat geloof toch eigenlijk achter de voordeur dan wel de kerk- of moskeedeur behoorde te blijven.
Dominee Karin van den Broeke, de preses van de Generale Synode van de Protestantse kerk, koos ervoor zich niet te tooien met het Nasrani-teken. In ieder geval niet tijdens een demonstratie die aandacht vroeg voor het lot van christenen in het Midden-Oosten. Sam Janse, ook predikant, wond zich er mateloos over op en werpt haar zijn irritatie voor de voeten in een ingezonden stuk. Van den Broekes reactie reikt verder dan die ene gebeurtenis en geeft te denken over religieuze uitingen als het erom spant.

>> Bekijk de inhoudsopgave van dit nummer
>> Lees het gratis artikel: ‘Open deur of gevaarlijke hype?

>> Neem een Proefabonnement!

 

Andere nummers