Woord & Dienst december 2014 / Kunstzinnig

Tot tranen toe geroerd worden door een Rothko, een Mondriaan of een Appel. De een zal de ervaring hebben dat dat kan, een ander zal smalen dat zijn dochter van vijf iets dergelijks ook kan maken.
Toch zal ook die laatste moeten erkennen dat kunst je kan raken. Of het nu gaat om een cantate van Bach, een lied van Meeuwis, een gedicht van Gerhardt, een Griekse tragedie of een musical van Van den Ende. Niet allemaal tegelijk waarschijnlijk, mensen verschillen, maar het principe zal bekend zijn. Vaak amper in woorden te vatten, kunnen kunstuitingen een zetje geven naar een wereld waarin je via andere wegen nooit terecht zou komen.

Wat is dat toch? Ik kan psalm 150 niet zingen, of ik krijg ergens een brok in m’n keel. En ik heb het dan over de versie op een melodie van Charles Hubert Hastings Parry, die in een vertaling Gert Landman is opgenomen in het (nieuwe) Liedboek: ‘Geprezen zij God!’, lied 150a. Is het de tekst? De melodie? De combinatie? Misschien ook de herinnering.
Het was in een grote kerk, aan het slot van een evensong. Ondanks het behoorlijke aantal aanwezigen was de sfeer intiem, er hadden goede woorden geklonken, afgewisseld door passende liederen. De onderdelen van de liturgie waren als puzzelstukjes in elkaar gevallen tot een schitterend geheel. Het culmineerde in psalm 150, het slotlied. Vierstemmig jubelden we ons er doorheen als cantorij, als hadden we het hemels Jeruzalem daadwerkelijk bereikt. Alsof we één geworden waren met het engelenkoor, met Gods liefde zelf, en alsof het tegelijk Kerst en Pasen was. We waren onderdeel van de belofte waaruit we leven, van het visioen waarin we geloven.
Natuurlijk was dit mijn persoonlijke perceptie. Maar tijdens het laatste couplet kruiste mijn blik die van de dirigente. Overduidelijk een blik van herkenning; als stonden we in dezelfde hemel…

Dick Vos

>> Bekijk de inhoudsopgave van dit nummer
>> Lees het gratis artikel: ‘Kunst, we kunnen niet zonder’

>> Neem een Proefabonnement!

 

 

Andere nummers