Woord & Dienst juni/juli 2012 / Van generatie op generatie

“Ze zitten maar op hun schermpjes te turen.”
“Tussen al die grijze koppen voel ik me niet thuis.”

Hoe diep is de generatiekloof? Zijn er misschien zelfs meerdere nu de maatschappij zich steeds sneller ontwikkelt en er elke tien, vijftien jaar een generatie opgroeit in een hele andere wereld? Is de ketting der geslachten nog geschakeld, of zijn we onbereikbaar voor elkaar?

Hoe dan ook, we hebben met elkaar te maken en we moeten er samen iets v.n maken; de banden onderhouden, de lijnen openhouden en indien nodig kloven overbruggen. Dat geldt in z’n algemeenheid, en zeker ook waar het kerk en geloof betreft. Elkaar vasthouden, maar tegelijkertijd een eigen plaats gunnen; dat lijkt een onderliggende gedachte in de thema-artikelen in deze W&D.

Beelden zeggen soms meer dan vele woorden. Laat de ‘generatiefoto’s’ op de pagina’s 19, 23 en 38 die Jaco Klamer voor ons maakte eens op u inwerken: hoeveel menselijks is ons vreemd?

Speciale aandacht wil ik op deze plek vragen voor een onderzoek dat twee studentes van de CHE uitvoerden. Nederlandse kerken blijken vaak onthutsend ongastvrij over te komen bij ‘vreemdelingen’ die de kerkdienst bezoeken. Speciaal voor W&D doen de studentes verslag van hun ontdekkingen, en ze hebben er ook een boodschap bij.

Een EXTRA dik nummer deze maand: het ‘zomernummer’. Daarmee moet u het dan ook twee maanden doen, want W&D verschijnt niet in juli. Ook de redactie gaat met vakantie.

Andere nummers