Woord & Dienst april 2013 / Migranten

Wanneer je ook Europese migranten meetelt, leven in Nederland meer dan een miljoen christenen met roots in den vreemde. Dat leert ons Anmar Hayali, coördinator van SKIN – Samen Kerk in Nederland. En wie van ons komt geen ‘vreemdelingen’ tegen in zijn stamboom, voegt Arnold van Heusden eraan toe; hugenoten, arbeiders die in het verleden noodgedwongen hun heil elders zochten, of beter gezegd: hun dagelijks brood. In principe is er weinig nieuws onder de zon. Hooguit zijn verschuivingen opgetreden in de massaliteit en is de culturele afstand tussen oude en nieuwe Nederlanders de laatste halve eeuw groter geworden. Velen komen per slot van rekening van verder weg. Allemaal moslims? De stemmen die ons die boodschap door hardnekkige herhaling tussen de oren willen praten, hebben ongelijk.

In mijn vroegere woonplaats woonde ik in een wijk die bekend stond om zijn ‘veelkleurigheid’, een eufemisme voor de zevenentwintig nationaliteiten die er geregistreerd stonden. En dat bleek overduidelijk, op straat en in de supermarkt. Op een enkele prettige uitzondering na was de kerk echter een toonbeeld van Hollands middenklasse-christendom.

Mede door de artikelen in deze W&D vraag ik me eigenlijk nu pas af: waarheen gingen onze Kaapverdische achterburen als ze op zondag prachtig gekleed in de auto stapten? In ieder geval niet naar de kerk op de hoek waar volgens ons ruimte was voor vrijwel alles en iedereen. Of er pogingen gedaan werden contact te leggen, of we verder gingen dan passief belijden met de mond dat onze deur voor ieder open stond, ik herinner het me niet… Exemplarisch voor veel Nederlandse kerken?

Dat migranten ons een spiegel kunnen voorhouden, mag duidelijk zijn. Andersom ongetwijfeld ook trouwens, maar het is niet zo kies dit voor een ander te stellen. Waarmee ik en passant toch ook weer in de valkuil van wij/zij-denken lijk te trappen…

Andere nummers