Woord & Dienst april 2012 / De preek

“Ik moet zondag preken.” Wanneer een student het zó bracht, vroeg professor Ploeger of er dan iemand anders was die de rest van de dienst ging doen. Dat bleek eigenlijk nooit het geval. Veelzeggend is het wel. Terecht of niet, in de eredienst lijkt het te draaien om de preek. Voor de redactie van W&D waren er in ieder geval redenen genoeg om eens uitgebreid aandacht te besteden aan dit deel van de liturgie.

‘Preek’ is maar een van de benamingen die worden gebruikt voor de centrale monoloog van de voorganger. Precies de term die wordt vermeden in de meeste liturgieboekjes, want bij het woord ‘preek’ hebben we ook minder positieve associaties. Dr. Ciska Stark legt uit welke benamingen er zoal gebruikt worden en welke gedachten en gevoelens daarachter liggen. Dr. Jos Douma beschrijft in ‘Het geheim van een goede preek’ hoe de voorganger ervoor kan zorgen dat er ’s zondags iets gebeurt dat van waarde is. En ik durf te stellen: dit verhaal is niet alleen interessant voor dominees. Het geeft wellicht ook gereedschap om als luisteraar onder woorden te brengen waarom het weer geweldig was – of juist niet…

Zowel de kant van voorgangers wordt op verschillende manieren belicht, als de kant van de hoorders. Van preekvoorbereidingsrituelen tot de preek als sacrament, van de kritische verwachtingen van kerkgangers tot een fotoverslag van een wat vervreemdende preek in Egypte.

En er staat nog zoveel meer in dit nummer van W&D. Zonder het andere tekort te willen doen, noem ik de impressie van de zesde Vrouwensynode, de Bonhoeffer-column, de Passion-column van Puet de Jong, en natuurlijk de blikvanger van de maand: acteur/schrijver Frederik de Groot. Als u hem ziet, weet u wie ik bedoel.

Nam ik in het vorige nummer op deze plek afscheid van een redactieassistente, dit keer kan ik de naam van haar opvolgster noemen. Sinds deze maand ondersteunt Albertina Hoogenboom de redactie bij alles wat de totstandkoming van een tijdschrift met zich meebrengt.

Andere nummers