Morgen komt de dokter – euthanasie in de praktijk

 

Onderstaande artikel van Henk Kole is verschenen in het maartnummer 2017 van Woord & Dienst. Het is ook als pdf te downloaden. Klik hier.

 

‘Morgen komt de dokter‘ – euthanasie in de praktijk

Wat doet het met jou als huisarts, als patiënten bij je informeren hoe jij over euthanasie denkt? Welke afwegingen maak je? Wat doe je wel, en wat niet? Wat doet het met jou op de avond van de uitvoering? Een persoonlijk verhaal van een huisarts.

 

 Wat eraan voorafgaat

Veel mensen willen weten hoe hun huisarts over euthanasie denkt. Aanleiding is vaak een slecht verlopen sterfbed van een familielid. Je kunt denken aan situaties waarin de huisarts niet had gezegd dat hij geen euthanasie uitvoert. Wat ook voorkomt: wel zeggen euthanasie uit te voeren, maar het uiteindelijk niet doen. Mensen die deze vraag stellen, zijn gerustgesteld als je vertelt dat je euthanasie uitvoert conform de wetgeving.

Mijn motivatie om euthanasie uit te voeren is betrokkenheid bij de patiënt. Ik ben gelovig en vind dat je dat ook moet kunnen laten zien in je werk. Deze opvatting staat euthanasie niet in de weg, naar mijn mening. De huidige geneeskunde kan mensen met ernstige ziekten een zinvolle levensverlenging geven. Helaas gaat het einde van dat leven soms met ernstig lijden gepaard, waarbij euthanasie de enige uitweg kan zijn.

 

Wanneer wel/niet?

De volgende vraag van de patiënt is: bij welke aandoening? Euthanasie kan bij uitgezaaide kanker, maar ook bij een opeenstapeling van ouderdomsklachten of bij plotselinge ernstige handicap, bijvoorbeeld door een beroerte. Als mensen vragen naar coma en dementie, antwoord ik anders. ‘Nee, bij coma niet, want ik wil dat je bij bewustzijn bent op het moment dat ik de euthanasie uitvoer.’ Blijft over de dementie. Ik heb nog nooit een concreet verzoek gehad. In het gesprek over wat mensen van mij kunnen verwachten, benadruk ik dat men moet kunnen begrijpen wat er gaat gebeuren op het moment van de uitvoering. Een verklaring van een paar jaar daarvoor volstaat niet. Concreet betekent dit dat ik alleen euthanasie zal uitvoeren bij mensen met een vroeg stadium van dementie.

Zo´n oriënterend gesprek eindigt vaak met de bespreking van complicaties bij een aandoening op hoge leeftijd, bijvoorbeeld een gebroken heup met een blaas- of longontsteking. Autonome diehards willen vooraf graag een routeplan: wat gaan we doen, wanneer en hoe? Ik leg uit dat iedereen een eigen sterfproces doormaakt. Voorspellen kan niet en alles vastleggen heeft geen zin. De oplossing is het netwerk: zorg voor mensen om je heen die weten hoe je over leven en dood denkt. Vertrouw erop dat zij in samenspraak met de behandelaars tot een goede keuze komen.

Een gesprek over euthanasie bij voltooid leven heb ik nog nooit met een patiënt gevoerd. Mogelijk ligt het aan de wijk waar ik werk: lagere middenklasse, veel allochtonen. Volgens mij is de voornaamste reden dat de meeste mensen ondanks ouderdomsklachten en eenzaamheid aan het leven hechten.

 

Het verzoek en de voorbereiding

Ik heb 15 keer een euthanasie uitgevoerd in 18 jaar tijd. Meestal ging het om mensen met onbehandelbare kanker. Met de meesten had ik, voordat ze ziek werden, niet over euthanasie gesproken. Ze werden door hun aandoening overvallen.

Mijn beleid is dan wekelijks contact om te kijken hoe het gaat. Vaak is het een hernieuwde kennismaking; je kent elkaar alleen van kleine kwalen. Een onderwerp in deze consulten zijn de wensen rond het levenseinde. Deze kunnen uiteenlopen: de natuur zijn beloop laten nemen of een gesprek over euthanasie.

In de loop van het ziekteproces gaat de bezoekfrequentie omhoog, tot dagelijks. Ik vind dat je zelf het euthanasieverzoek moet doen; ik ga het niet aanbieden alsof het een gewone behandeling is. Soms moet ik zoeken naar verborgen boodschappen in gewone mededelingen. Vaak komt er plotseling een moment dat het niet meer gaat, ondanks inzet van intensieve palliatieve zorg. Het is een emotioneel moment: iemand besluit afscheid te nemen van het leven.

De rol van de partner en kinderen is dubbel. Zelf heb ik nooit meegemaakt dat zij het niet eens waren met de beslissing, maar ze zijn ambivalent; verstandelijk begrijpen zij dat euthanasie een goede keus is, maar het aanstaande verlies van een dierbare valt zwaar.

 

De uitvoering

Ik voer een euthanasie het liefst ’s avonds uit. Op zo´n dag ben ik gestrest. Het zwaartepunt ervan ligt op de avond; wat ervoor komt, is bijzaak. Onverbiddelijk komt het moment van de uitvoering; je belt aan bij de deur die je zo goed kent. Eenmaal binnen vraag ik of iemand het echt wil. Daarna ga ik de spuiten klaarmaken, vaak in de keuken tussen de resten van een maaltijd. Enkele meters verderop nemen geliefden afscheid van elkaar.

De uitvoering zelf is eenvoudig: na de eerste injectie stopt iemand met ademhalen en met een tweede injectie verslap je alle spieren. De naasten, door mij voorbereid dat het snel zal gaan, zijn verbaasd dat dit ook echt zo is. De familie reageert blij en verdrietig: goed dat het lijden voorbij is, verdriet om het verlies.

Bij mijzelf valt de stress weg; een moeilijke situatie is tot het best haalbare einde gebracht. Maar let op, je valkuil is dat je gezellig met de (schoon)kinderen gaat praten. Niet zelden krijg je een drankje aangeboden. Je negeert dan het verdriet van de partner. Dus iedereen evenveel aandacht geven en in je rol van huisarts blijven. Met de komst van de gemeentelijk lijkschouwer is het klaar. Zijn rol is de eerste controle of de euthanasie volgens de wettelijke regels is verlopen. Als dat in orde is, geeft hij het lichaam vrij voor de uitvaart. De familie kan die gaan regelen en de dokter mag naar huis.

 

Thuiskomen

Thuiskomen na een euthanasie blijft vreemd. Mijn vrouw kan moeilijk vragen of alles goed gegaan is, alsof het een moeilijke operatie is. Hoe vertel je je kinderen waarom je ’s avonds weg moet? Het is geen nascholing of vergadering. Ga je vertellen dat je een zieke patiënt hebt doodgemaakt? Je gevoel schommelt tussen opluchting en het verlies van een mens met wie je intensief bent opgetrokken. Hoogste tijd om even afleiding te zoeken met een zwart-witfilm van Ingmar Bergman en nu wel met een drankje.

Euthanasie went nooit en dat is goed.

Henk Kole, huisarts